Zelfhelp-formulieren

DISKUSSIE OVER UW IRRATIONELE GEDACHTEN (DIG)

Als u rationeler wilt leren denken en uw irrationele opvattin­gen wilt afleren, dan kunt u gebruik maken van DIG, een tech­niek die is ontwikkeld door dr. Albert Ellis. Neem tenmin­ste tien minuten per dag om uzelf de volgende vragen te stellen en zorgvuldig de passende antwoorden te over­denken (niet louter napraten).

Schrijf elke vraag en uw antwoorden op een stuk papier; ofwel neem de vragen en uw antwoorden op een cassetterecorder op.

1. Welke irrationele opvatting wil ik ter discussie stellen en opgeven?

Antwoord ter illustratie:

“Ik moet liefde ontvangen van iemand van wie ik werkelijk hou”

2. Kan ik rationeel achter deze opvatting staan?

Nee.

3. Welk bewijs bestaat er voor de onjuistheid van deze opvat­ting?

Er bestaan vele aanwijzingen dat de opvatting “Ik moet liefde ontvangen van iemand van wie ik werkelijk hou” onjuist is:

(a)        Er bestaat geen algemeen geldende wet die zegt dat iemand van wie ik hou mij lief moet hebben (ofschoon ik het fijn zou vinden als die persoon wel van me hield).

(b)        Als ik geen liefde krijg van een bepaalde persoon kan ik die liefde nog krijgen van anderen en op die manier geluk vinden.

(c)        Als niemand van wie ik hou ooit laat merken iets om mij te geven dan kan ik nog vreugde vinden in vriendschappen, in werk, in boeken en in andere zaken.

(d)       Als iemand, van wie ik heel veel hou, mij afwijst, dan zal ik me erg ongelukkig voelen, maar het is zeer onwaar­schijnlijk dat ik niet verder kan leven.

(e)        Zelfs als ik in het verleden niet veel geluk heb gehad met het verkrijgen van veel liefde, dan betekent dat niet dat ik die moet verwerven.

(f)        Er bestaat geen bewijs voor enig absoluut moeten. Dus bestaat er geen bewijs dat ik wat dan ook moet hebben, liefde inbegrepen.

(h)        Nu en dan in mijn leven weet ik dat ik niet bemind ben geweest en toch gelukkig, dus is het zeer waarschijnlijk dat ik me weer gelukkig kan voelen in tijden dat ik geen liefde krijg.

(i)         Als ik afgewezen wordt door iemand van wie ik werkelijk hou, kan dat betekenen dat ik in de ogen van die persoon enige slechte, minder prettige trekken bezit. Dat bete­kent nog niet dat ik mijzelf moet beschouwen als een verachtelijk, waardeloos, volkomen onbeminnelijk indivi­du.

(j)         Zelfs als ik zulke slechte trekken had dat niemand ooit van mij zou houden dan zou ik me nog niet hoeven te kleineren en beschouwen als een laagstaand verachte­lijk individu.

 

4. Bestaat er enig bewijs voor de juistheid van deze opvat­ting?

Antwoord te illustratie:

Nee, niet werkelijk. Er bestaan heel wat bewijzen dat als ik veel van iemand hou en nooit liefde terug ontvang, dat ik mezelf dan benadeeld, onplezierig, gefrustreerd en van dingen onthouden voel. Daarom geef ik er de voorkeur om niet afgewe­zen te worden. Maar geen ongemak, hoe groot ook, is verschrik­kelijk. Ik kan nog altijd frustratie en eenzaamheid verdragen. Zij maken de wereld nog niet verschrikkelijk. Evenmin maakt afgewezen worden me niet tot iemand van nul en generlei waar­de. Er bestaat dus duidelijk geen bewijs dat ik liefde moet ontvangen van iemand van wie ik werkelijk hou.

5. Wat zijn de ergste dingen die mij in werkelijkheid kunnen gebeuren als ik niet krijg wat ik denk te moeten krijgen (of als ik krijg wat ik denk niet te moeten krijgen)?

bijvoorbeeld: als ik de liefde niet krijg die ik denk te moeten ontvangen.

Antwoord ter illustratie:

(a)        Verschillende pleziertjes en gemakken zou ik niet krijgen die ik wel krijg als ik bemind werd.

(b)        Ik zou me niet op mijn gemak voelen om elders naar liefde te blijven zoeken.

(c)        Ik zou nooit de liefde krijgen die ik graag zou willen ontvangen en me daardoor voortdurend afgewezen en bena­deeld voelen.

(d)       Andere mensen zouden me kunnen neerhalen en me als minder waard beschouwen omdat ik afgewezen wordt en dat zou onplezierig en vervelend kunnen zijn.

(e)        Ik zou genoegen moeten nemen met andere en minder ple­zier­tjes dan die ik zou kunnen krijgen in een liefdesver­houding; en ik zou dat bepaald onwenselijk vinden.

(f)        Ik zou lange tijd alleen kunnen blijven wat wederom onple­zierig zou blijken te zijn.

(g)        Verschillende andere tegenslagen en ongemakken zouden in mijn leven kunnen plaatsvinden maar geen daarvan hoef ik te omschrijven als vreselijk, verschrikke­lijk of ondraag­lijk.

6. Welke goede dingen kan ik laten gebeuren als ik niet krijg wat ik denk te moeten krijgen of krijg wat ik naar mijn mening niet had moeten krijgen?

(a)        Als de persoon waar ik werkelijk van hou mijn liefde niet beantwoordt, dan zou ik meer tijd en energie kunnen besteden om de liefde van iemand anders te winnen en waarschijnlijk iemand vinden die beter voor mij is.

(b)        Ik zou me kunnen wijden aan andere plezierige bezigheden die weinig te maken hebben met liefhebben of relaties leggen zoals werk of artistieke bezigheden.

(c)        Ik zou het een uitdaging en plezierig kunnen vinden om mijzelf te leren gelukkig te leven zonder liefde van een ander.

(d)       Ik zou kunnen werken aan het verwerven van een filosofie om mijzelf volledig te accepteren zelfs wanneer ik de liefde niet krijg waarnaar ik hunker.

U kunt elk van uw voornaamste irrationele opvattingen nemen -alles waarvan u vindt dat het zou moeten- en tenminste elke dag tien minuten, dikwijls verschillende weken achter elkaar, actief en energiek besteden aan het ter discussie stellen van deze opvattingen. Om u te helpen deze tijd te blijven besteden aan de methode DIG van rationele ter discussie stelling, kunt u gebruik maken van zelfmanagementtechnieken. Kies een acti­viteit uit die u erg prettig vindt en die u meestal elke dag doet, zoals lezen, eten, tv- kijken, een koffie drinken bij een kennis. Gebruik deze activiteit als beloning slechts door er mee bezig te zijn wanneer u tenminste tien minuten per dag irrationele opvattingen ter discussie heeft gesteld. Bovendien kunt u elke dag dat u niet tenminste tien minuten bezig bent geweest met DIG uzelf bestraf­fen. Hoe? Door uzelf een activi­teit te laten uitvoeren die u bepaald onplezierig vindt, zoals het eten van iets wat u veraf­schuwt, een bijdrage schenken aan een doel dat u tegenstaat, ‘s morgens een half uur eerder opstaan of een uur met iemand conver­seren die u vervelend vindt. U kunt ook met een of ander persoon of groep de af­spraak maken op u te letten, en u te helpen met het werkelijk uitvoeren van de straffen en het ontzeggen van belonin­gen die u voor uzelf bepaald heeft. U kunt natuurlijk geregeld DIG gebruiken zonder enige beloning, aangezien het na een tijdje op zichzelf een beloning wordt: Maar u zult het soms meer effec­tief vinden als u het samen met belonin­gen en straffen gebruikt die u onmiddellijk uitvoert nadat u al of niet deze oefening gedaan heeft.

SAMENVATTING VAN VRAGEN DIE U ZICHZELF STELT BIJ DIG:

 

1.         Welke irrationele opvatting wil ik ter discussie stellen en opgeven?

2.         Kan ik rationeel achter deze opvatting staan?

3.         Welk bewijs bestaat er voor de onjuistheid van deze opvat­ting?

4.         Bestaat er enig bewijs voor de juistheid van deze opvat­ting?

5.         Wat zijn de ergste dingen die mij in werkelijkheid kunnen gebeuren als ik wel krijg wat ik denk te moeten krijgen of denk niet te moeten krijgen?

6.         Welke goede dingen kan ik laten gebeuren als ik niet krijg wat ik had moeten krijgen?

Comments are closed.