Albert Ellis

Albert Ellis startte zijn professionele carrière als psychologisch counseler in 1943. Een eerdere carrière in de zakenwereld moest hij vroegtijdig staken in verband met de economische depressie waarin Amerika zich in die tijd bevond. Voor zijn formele opleiding tot psycholoog, was Ellis actief als schrijver. Hij verwierf een zekere bekendheid door zijn artikelen en boeken over seks en seksproblemen. In het uiterst behoudende Amerika van de jaren vijftig onderscheidde hij zich door zijn liberale denkbeelden, waardoor zijn naam niet onomstreden was. Albert Ellis heeft onder andere jarenlang een vaste column gehad in het Amerikaanse glossy mannenmagazine Penthouse en hij publiceerde boeken als The american sexual tragedy en Sex without guilt. Nadat hij zijn opleiding in de psychologie had afgerond, maakte Ellis kennis met de psychoanalytisch georiënteerde opleiding aan het Karen Horney Institute in New York. Evenals de andere grote psychotherapeuten van de vorige eeuw, startte Ellis zijn loopbaan met een opleiding in de klassieke psychoanalyse. Al snel werd duidelijk, dat hij zich stoorde aan het in zijn ogen hopeloos inefficiënte karakter van de psychoanalytische therapie, en hij besloot uiteindelijk om er afstand van te nemen.

De onvrede die Ellis had met de psychoanalytische werkwijze was deels theoretisch en deels praktisch. In de psychoanalyse neemt inzicht in het ontstaan van emotionele problemen een centrale plaats in. Inzicht, en daarmee zelfinzicht bij de cliënt, is binnen de psychoanalyse de weg die tot genezing moeten leiden. Als die genezing uitblijft en de cliënt klachten blijft houden, dan ontbreekt het hem aan inzicht, en moet dit worden vergroot. Dat verklaart waarom een psychoanalyse eindeloos lang kan blijven duren. Ellis had de ervaring dat de klachten en symptomen bij zijn cliënten niet verdwijnen wanneer zij inzicht hebben in hun oorsprong: gebeurtenissen in hun kindertijd. Bovendien raakte hij er steeds sterker van overtuigd, dat emotionele stoornissen niet alleen het resultaat zijn van vroegkinderlijke invloeden (beïnvloeding door ouders en opvoeders), maar dat de cliënt deze klachten actief in stand houdt door zichzelf bij voortduring te overtuigen van irrationele, foutieve ideeën omtrent zijn eigen waardeloosheid (de zelfindoctrinatie): ‘Naarmate ik verder afstand nam van de psychoanalytisch georiënteerde therapie naar de RET, ontdekte ik steeds meer het volgende: mijn patiënten waren niet enkel geïndoctrineerd met irrationele, foutieve ideeën over hun eigen waardeloosheid tijdens de kindertijd en jeugd. Maar ook tijdens hun volwassenheid hielden ze vast aan deze vertrouwde opvattingen. Preciezer gezegd: ze bleven zichzelf actief indoctrineren met de oorspronkelijke onzin, steeds maar weer opnieuw, en hielden deze in stand door haar onderdeel te maken van hun algemene levensfilo­sofie’. (Reason and emotion in psychotherapy)

Ellis ontdekte ook, dat cliënten weigerden om deze irrationele ideeën en veronderstellingen te laten varen, als hij ze daartoe uitnodigde. Hij verklaarde deze weigering niet vanuit een onbewuste neiging tot zelfdestructie of vanuit weerstand tegen ouderbeelden zoals gebruikelijk in de psychoanalyse, maar zag haar als resultaat van gemakzucht. De oplossing die hij ervoor zocht bestond uit argumenteren en overtuigen. Daarmee verwisselde hij de passieve houding die kenmerkend is voor de psychoanalyse voor een actief en directieve aanpak. Het psychodynamische model dat is samengesteld uit allerlei onbewuste krachten verwisselde hij voor een cognitief model, waarin zelfcommunicatie centraal staat. Ellis stelt, dat mensen ‘tegen-zichzelf-pratende en zichzelf-evaluerende wezens zijn. Ze nemen vaak hun eenvoudige voorkeuren -zoals het verlangen naar liefde, goedkeuring, succes en lust- en definiëren deze ten onrechte als behoeften of noodzakelijkheden. Daarmee krijgen ze onvermijdelijk problemen, welke psychologen en psychiaters vaak typeren als neurotisch, psychopathisch, psychotisch’.

In de opvattingen van Ellis zijn neurotische klachten niet uitsluitend het resultaat van leerprocessen (zoals de psychoanalyse en de gedragstherapie benadrukken), maar zijn ze voor een belangrijk deel in aanleg aanwezig. Hij is ervan overtuigd, dat mensen sterk geneigd zijn om zich allerlei neurotiserende opvattingen eigen te maken, en dat deze aangeboren neiging nog wordt versterkt door opvoeding en maatschappelijke ontwikkeling. Mensen ‘hebben de neiging om verschillende sterke irrationele, empirisch niet bevestigde ideeën te hanteren; en zolang ze deze ideeën blijven handhaven -zoals ze bijna allemaal blijven doen- zullen ze neigen om neurotisch, gestoord of geestesziek te worden’. Deze irrationele ideeën zijn volgens Ellis niet oneindig gevarieerd, maar kunnen geclassificeerd worden onder een aantal hoofden. In zijn publicaties geeft Ellis vooral aandacht aan de neurotiserende invloed van onze behoefte aan waardering, onze behoefte om uitzonderlijk te presteren, onze weigering om te leven met onzekerheden, en de sterke neiging om emotioneel ongemak uit de weg te gaan. Hij brengt deze neigingen terug tot de opvattingen die eraan ten grondslag liggen (bijvoorbeeld ‘Ik heb de waardering van anderen nodig, en kan er niet tegen als deze achterwege blijft) en stelt ze in de therapie ter discussie. Het bediscussiëren van deze ideeën was in die tijd absoluut notdone binnen de meeste psychotherapieën. Daarmee komen we bij een belangrijk kenmerk van de RET zoals die door Ellis werd toegepast: de therapeut is zeker in de beginfase veel aan het woord en stuurt actief het veranderingsproces met vragen en suggesties. Ellis heeft forse kritiek op de in zijn ogen erg softe opstelling van psychotherapeuten, omdat ze ineffectief en inefficiënt zou zijn. Passief-nondirectieve methoden zoals spiegelen van gevoelens en vrije associatie zetten onvoldoende aan tot verandering, terwijl een zeer supportieve opstelling bij de therapeut de cliënt kan stimuleren om ‘gelukkiger’ te leven met behoud van zijn neurotiserende ideeën. Ellis is ervan overtuigd dat een actief-directieve aanval van deze ideeën de cliënt het beste helpt om minder gebukt te gaan onder emotionele klachten. Hij benadrukt daarbij wel, dat het dan een aanval is van de gedachten, gevoelens en gedrag, en niet van de cliënt. De essentie van effectieve psychotherapie is volgens Ellis ‘volle tolerantie van de cliënt als persoon gecombineerd met een genadeloze, koppige campagne tegen de zelfverwerpelijke ideeën, eigenschappen, en handelingen’.

Albert Ellis ontwikkelde zijn RET eind jaren vijftig. Aanvankelijk noemde hij zijn psychotherapie Rational Therapy (RT). Om de samenhang tussen denken en voelen te benadrukken, veranderde hij de naam al vrij snel in Rational Emotive Therapy (RET). Meer recent besloot hij opnieuw tot een wijziging en koos hij voor de naam Rational Emotive Behavior Therapy (REBT). In Nederland blijft de naam RET het meest gangbaar, en wordt ze inmiddels door veel psychotherapeuten toegepast. Rationeel Emotieve Therapie is vanaf haar start een nogal controversiële psychotherapie geweest. Daarin speelde de persoonlijkheid van Albert Ellis een belangrijke rol. Zeker in zijn beginjaren was Ellis zeer uitgesproken in zijn kritiek op andere vormen van psychotherapie, en was zijn gedrag voor menig traditioneel geschoolde therapeut een doorn in het oog. Toch had Ellis ook oog voor overeenkomsten tussen zijn RET en andere psychotherapiestromingen. Hij deelt met de existentiële psychotherapeuten (o.a. Viktor Frankl, Rollo May) het standpunt dat mensen grote keuzemogelijkheden hebben en zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun emotionele lot. Vooral in zijn beginperiode had hij sterke belangstelling voor de ideeën van de general semantics, een educatieve stroming die psychische en maatschappelijke problemen verklaart vanuit misbruik van taal. Maar ook zijn er overeenkomsten met de experiëntiële psychotherapieën (gestalt, encounter) in de nadruk die Ellis legt op het doorleven van de gewijzigde inzichten door de cliënt. Het meest uitgesproken is de samenwerking met gedragstherapie en misschien zouden we RET kunnen typeren als een eigenzinnige vorm van cognitieve gedragstherapie. Eigenzinnig omdat ze in haar mensbeeld en in haar visie op emotionele gezondheid toch een aantal heel eigen standpunten inneemt.

Comments are closed.